Ik was op weg naar mijn favoriete boekhandel. Iedere eerste zaterdagmorgen van de maand maak ik daar tijd voor. Een paar uurtjes struinen, achterflappen lezen, bladeren en met minimaal twee boeken de winkel uitlopen. Ik zwicht altijd wel voor een juweeltje of een ontdekking. Joost had ik al een tijd niet gezien.
Nu kon ik niet om hem heen. Hij hield de glazen deur voor mij open. In zijn rechterhand zwaaide een plastic tas. Ik drong hem ongedwongen met een brede glimlach terug de winkel in en wees enthousiast naar de eigenaar die links achter de toonbank stond.
“Heb je Arjan weer gesponsord?”
Joost knikte en verstopte het plastic bundeltje haastig achter zijn rug.
“Ik moet ervandoor.”
Hij probeerde zich langs me heen te wurmen, maar een ouder echtpaar dat met een slakkengang de winkel inschoof, blokkeerde zijn ontsnappingsroute. Op dat moment zag ik zijn rood doorlopen ogen en pakte in een reflex zijn linker onderarm vast.
“Gaat het wel goed met je?”
“Ik heb niet zo goed geslapen.”
“Toch geen problemen?”
Joost liet een lichte zucht ontsnappen.
“Nee hoor.”
Ik fronste mijn wenkbrauwen en drukte hem voorzichtig naar de zijkant van de winkel. Ik ken Joost al mijn halve leven. We komen elkaar te pas en te onpas tegen. Ik weet niet beter of hij en Liesbeth zijn een gouden koppel, of…
“Iets met thuis?”
Joost liet zijn hoofd hangen.
“Zoiets.”
Opnieuw een zucht.
“Ik kan er niets aan doen”
Ik voelde me wat ongemakkelijk worden en zag mijn gezellige bezigheid al vervliegen.
“Liesbeth?” probeerde ik.
“Ik had niet zo snel moeten oordelen.”
“Dat doen we toch allemaal weleens,” vergoelijkte ik.
Joost schudde zijn hoofd.
“Ze lachte me gewoon uit, vanmorgen. Echt zo’n gemene lach.”
Hij zette met een galmend gehinnik zijn woorden bij.
Ik glimlachte nu en zag in de ogen van mijn goede vriend een glinstering. Dit kon niet zo erg zijn als ik een halve minuut geleden nog vermoedde.
Joost legde de gele plastic tas op een stapel voordeelboeken, vouwde zijn armen voor zijn lichaam en keek mij nu aan.
“Lees jij ook vrouwenboeken?”
“Vrouwenboeken?” vroeg ik verbaasd terwijl ik met een gigantisch tempo mijn hersenen kraakte welke ik absoluut gelezen had. Ik kreeg geen tijd voor een antwoord. Joost had de plastic tas gepakt, diepte een dik boek op en hield het mij voor.
Ik staarde naar de naam van de auteur.
“Lucinda Riley?”
Joost knikte nu heftig,
“Het achtste deel van de Zeven zussen.”
De rode doorlopen ogen knipperden nu.
“Ik heb het zevende vannacht uitgelezen, op de bank. Liesbeth kon niet slapen met het licht aan,
Hij stopte het boek terug in de plastic tas en glimlachte zuinig.
“Een man leest dit soort boeken niet.”
“Heeft ze dat tegen je gezegd?”
Joost ritste zijn jas dicht en legde zijn hand op mijn schouder.
“Nee, ik tegen haar, bij elk deel dat ze las.”
Hij tikte op de plastic tas.
“Dat ga ik nu goed maken. Cadeautje.
